Uncategorized

Minimalisme Voor Het Brein

Dit artikel is geschreven door Justin Lahaije, student cultuurwetenschappen aan de Universiteit van Maastricht & leerling van het stoïcisme. Hij schreef al eerder op De Nieuwe Stoa over zijn persoonlijke stoïcijnse dagboek, en over het stoïcisme als een filosofie voor het leren.


Je zit in je eentje in een lege bioscoopzaal. Het licht gaat uit en de film begint. In de verte zie je het silhouet van een mens dat rondloopt door de woestijn. Een mysterieuze opening voor een film. Nu de camera inzoomt en je deze persoon steeds duidelijker kunt zien gaan er verschillende gedachten door je hoofd. Wat erg moet het zijn om daar rond te lopen. De extreme dorst. Het brandend zand onder je voeten. De duizelingwekkende hitte van de zon op je huid. Het gezicht van de hoofdpersoon is nu vol in beeld. Je krijgt een innerlijk monoloog te horen. “Is het mogelijk om hier een goed mens te zijn?” Er is even een pauze waarin de stilte van de Sahara pijnlijk luid klinkt. “Ja.” Is het antwoord. “Heb ik alles wat ik nodig heb?” Is de volgende vraag. “Ja.” Je bent een beetje verward en vraagt je af wat de makers van de film hiermee duidelijk willen maken. Wat maakt het nou uit om een goed mens te zijn in de woestijn? Hoe kan deze persoon zeggen alles bij zich te hebben? Het is alsof je in een debat bent verwikkeld met de woestijnloper. “Waar moet ik mij op richten?” Denkt de hoofdpersoon, waarop jij antwoordt: je moet water vinden in een stad of in een oasis! “Het houden van een goed karakter.” Je bent het niet helemaal eens met de hoofdpersoon, maar iets in je heeft grote bewondering voor dit individu. Je wrijft met je hand over je kin en probeert na te gaan wat je hier nu zo intrigerend aan vindt. De hoofdpersoon glimlacht met gesloten ogen. Je gaat met je hand door je haren. Dat kan toch niet? Glimlachen? Een zonnesteek misschien? Het is op dat moment dat je een flashback ziet. Een gezin aan tafel tijdens het ontbijt. De een maakt grapjes en de ander is druk bezig met allerlei voorbereidingen voor de dag. Een alledaags tafereel. Het beeld veegt weg en we zien onze hoofdpersoon weer van een afstand rondlopen door de woestijn. “Ik ga alles doen wat binnen mijn controle ligt. Voor mezelf, en voor jullie.”

Een bijzonder beeld nietwaar? Deze persoon vond kalmte, richting en geluk in een situatie waar menig mens nachtmerries van zou krijgen. Hoe kan dat nou? Volgens de stoïcijnse leer is er niet veel dat een mens nodig heeft om gelukkig te zijn, of, om te leven in een staat van eudaimonia. Een staat van menselijke groei en bloei. Het advies is: zorg dat je je op de juiste dingen richt, weet hoe de wereld werkt, en weet waar je controle over hebt, en je zult kalmte vinden in de chaos. De kracht om te groeien in barre tijden. Hoewel dit extreem kan klinken voor velen, zegt de stoïcijnse wijsgeer dat er niets is dat jou kwaad kan doen, behalve jezelf. Als je ook maar één seconde gelooft dat ze hier gelijk in hebben, dan kan ik me voorstellen dat dat een bemoedigende gedachte is. Wat kunnen we hiervan leren en implementeren in ons leven?

Innerlijke kracht als keuze

Er zijn heel veel uitspraken hierover gedaan door de volgers van de stoïcijnse leer. Zoals Marcus Aurelius die zegt dat je grootste kracht zit in het kunnen bepalen van je eigen gedachten. Of Epictetus die zegt dat wanneer je je zinnen zet op dingen die volledig binnen je controle liggen alles altijd zo gaat als dat jij het voor ogen hebt. Ook heb je Seneca die ons vertelt dat wat er ook gebeurt, je je situatie altijd kunt omzetten naar een voordeel. Mits je het juiste idee hebt van wat voordelig is. Buiten deze uitspraken zijn er nog een groot aantal adviezen kracht en richting vinden. Het zou te veel werk zijn om ze allemaal hier te gaan noemen, en daarom zal ik nu verwijzen naar de stoïcijnse literatuur zodat je voor jezelf een idee kan krijgen welk wereldbeeld en welke gedachten voor mentale veerkracht de stoïcijnen aanbevelen. De kern van de wijsheid is naar mijn mening: er is altijd iets dat je kunt doen, waardoor je het leven aankunt en tevreden kunt zijn. Dat zie ik niet alleen terug in het stoïcisme, maar ook in andere filosofieën. Ook al is het in andere filosofieën op het eerste oog niet altijd duidelijk. De boodschap is het meest helder verwoord in een quote van Marcus Aurelius: “(…) wees je eigen redder.” Je kunt iets doen, dus doe het, want dat kan alleen maar voordelig voor je uitpakken. Bovendien wijst hij op het feit dat je het toch echt zelf zal moeten doen. Niemand anders kan, volgens de stoïcijnen, je gemoedstoestand bepalen. Als je graag een tevreden leven wilt leiden zal je daar zelf wat aan moeten doen. Of je dat makkelijk of moeilijk vindt, of dat je snel of langzaam afgaat, maakt niet uit. Het is altijd waardevol om je best ervoor te doen.

De analogie van de waterkan

Alles wat je nodig hebt om het leven aan te kunnen is je capaciteit om rationeel na te denken, volgens de stoïcijnse redenaar. Dus gebruik het. Zoals Marcus zegt: “Er is niets dat de natuur ons oplegt dat we niet van nature aankunnen.” Daarnaast wordt geadviseerd om ervoor te zorgen dat deze rationele gedachten niet verstoord worden door bijvoorbeeld emotionele zaken zoals woede, impulsen en valse verwachtingen.

Voor de stoïcijn begint geluk in je hoofd. En hoewel er uitspraken worden gedaan over materieel bezit en hoe je om moet gaan met andere mensen, denk ik toch dat we terug moeten gaan naar de kern. Als je geluk kunt traceren naar je gedachten, dan zal het toch belangrijk moeten zijn om die op orde te hebben. Dat is iets wat Epictetus ook al mooi uiteenzet in zijn dichotomie van controle. Maar ik heb zo mijn eigen analogie hiervoor bedacht. Een analogie die kan helpen om je leven meer geordend en kalmer te laten aanvoelen. Iets dat je het gevoel kan geven dat je richting hebt. Ik noem dat: de analogie van de waterkan.

Stel je voor dat er een glazen waterkan voor je staat op een tafel. Om deze kan heen staan allemaal bekertjes van verschillende maten. De bekertjes hebben labels zoals ‘werk’, ‘hobby’s’ en ‘zelfstudie’. De vloeistoffen in de bekertjes hebben allemaal een andere kleur. Voor deze analogie moet je je voorstellen dat wanneer je verschillende vloeistoffen in je waterkan deponeert de kleuren niet gaan mixen, maar dat ze een eigen laag in de waterkan krijgen. De reden dat de bekertjes verschillende maten hebben heeft ermee te maken met hoeveel je van een bepaalde ‘vloeistof’ kan vinden in de wereld. De beker met het label ‘afleiding’ gaat enorm zijn bijvoorbeeld.

Om de analogie duidelijker te maken gaan we naar de van waterkannen van twee verschillende personen kijken. Onthoud dat de waterkannen een rand hebben, dus er is een limiet aan hoeveel vloeistof erin past. De eerste waterkan is er eentje waarin heel veel verschillende kleuren ronddrijven. Nu stel je voor dat de persoon van wie deze waterkan is ernaar staat te kijken met een treurige blik. “Ik zou zo graag meer tijd willen hebben voor persoonlijke ontwikkeling.” Als je nu weer terug kijkt naar de waterkan zie je dat hier heel veel vloeistoffen in zitten met labels zoals: “Netflix”, “Tumblr” en “Instagram”. Nu valt je op, na een snelle berekening, dat als de ‘afleiding’-vloeistoffen uit de waterkan zouden worden geloosd er precies genoeg plek is voor de vloeistof “Persoonlijke ontwikkeling”. Deze persoon let niet genoeg op de tijd die we hebben per dag. Waar Seneca overigens een goed boek over heeft geschreven namelijk Over de kortheid van het leven. En waarin Seneca overigens uitlegt dat zaken zoals alcohol drinken (en tegenwoordig bijvoorbeeld Netflix) niet altijd slecht hoeven te zijn.

De volgende persoon, zo zien we, heeft een kan waar maar drie kleuren vloeistof in zit. De persoon zit aan de tafel en kijkt tevreden, vastberaden en met een glimlach naar de waterkan. Zal ik je nu eens zeggen dat deze persoon de hoofdpersoon is van de film die we eerder hebben gezien? Deze persoon heeft het besluit genomen om zich enkel te richten op wat volgens hem belangrijk is in het leven. De rest is allemaal niet belangrijk voor een gelukkig leven.

Het is wel belangrijk om te noemen dat je persoonlijke waterkan niet statisch is. Toen je jong was, was je waterkan gevuld met hele andere kleuren in andere hoeveelheden dan dat die nu is. Als we niet oppassen kan de buitenwereld, of kunnen andere mensen, vloeistoffen in onze waterkan gieten, waardoor vloeistoffen die we zelf hadden uitgekozen over de rand van de waterkan eruit sijpelen. Dit is een proces dat nooit zal ophouden. Er zal nooit een moment komen dat je niet meer hoeft te waken over de inhoud van je waterkan. Voor sommigen zal dit zelfs erg lastig zijn en voor anderen weer makkelijker. Maar het is een waardevolle tijdsbesteding. Daarnaast moet je een beetje aardig voor jezelf zijn en gewoon weer opnieuw beginnen als je de mist in gaat. Stoïcisme is een filosofie van het leren.

De waterkan is een metafoor voor je brein. En aangezien je brein het orgaan is waarmee je je leven interpreteert, zou je kunnen zeggen dat je brein je leven is. Wat er omgaat in je hoofd, is hoe je de wereld ziet, hoe je keuzes maakt over wat er gebeurt in je leven en welke richting je het zelf op stuurt. Net als de inhoud van een waterkan kun je je eigen brein inrichten. Dat betekent dat je je eigen leven kan inrichten. Epictetus zegt het ook: wanneer ga je er eindelijk voor kiezen om enkel het beste voor jezelf te willen? Geluk kan gezien worden als een keuze. “Dit maakt mij gelukkig, dus hier ga ik mijn leven mee vullen.” Maar je leven en je energievoorraad per dag hebben een limiet, dus je zult goed moeten nadenken over wat dat dan precies is dat je gelukkig maakt. En denk vooral goed na over of iets simpelweg plezierig voor je is op de korte termijn, of dat het je écht gelukkig maakt op de lange termijn. Kies het hoognodige. Dat is minimalisme voor het brein. Vul je leven niet met chaos, maar met overzichtelijke persoonlijke waarden, interesses en doelen.

Praktisch

Ik ga je overigens niet vertellen waarmee je precies je leven moet vullen. Dat laat ik aan jou over om te beslissen, maar ik raad wel aan om de stoïcijnse literatuurlijst erbij te pakken. Ook adviseer ik om in gesprek te gaan met jezelf om er achter te komen wat het dan precies is waar je je leven mee wilt vullen. Daarnaast ga je erachter komen waar je nu al je leven mee invult. Misschien zijn er dingen waar je je niet bewust van was. Zoals de persoon wiens waterkan vol zat met afleidingen. Misschien weet deze persoon helemaal waarmee hun waterkan écht gevuld is. Je gaat als het ware een onderzoek doen naar je eigen leven. Je analyseert waarmee je brein nu gevuld is, en je gaat na waar je het liever mee gevuld zou willen hebben (en waarom).

Als laatste wil ik zeggen dat het naar mijn ervaring het beste is om het aantal vloeistoffen in je waterkan tot een minimum te houden. Bepaalde zaken zijn nu eenmaal bijna onvermijdelijk om uit je waterkan te houden zonder drastische beslissingen te nemen. Zoals de praktische noodzaak om een inkomen te hebben. Hoewel de betekenis van ‘drastisch’ natuurlijk ook wel weer verschilt per persoon. Maar je gaat een beter gevoel van richting en kalmte kunnen krijgen als je het aantal vloeistoffen tot een minimum houdt. Onthoud simpelweg: jij hebt de mogelijkheid om op alles ja of nee te zeggen. Maar zorg ervoor dat je dit alleen maar zegt tegen dingen waar je daadwerkelijk controle over hebt (zie: dichotomie van controle). Je innerlijk. Je brein. En dus je leven. Dat is échte vrijheid.

Ik denk dat de hoofdgedachte van de drie artikelen die ik heb geschreven is: reflecteer, leer, beslis.

Wees goed, zolang je nog leeft, zolang je nog kan.

Reacties (4)
  1. Rik schreef:

    Beste Justin, wederom dank voor het delen van je inzichten. Zeer behulpzaam en bovendien in zekere mate praktisch, ook vanwege de literatuurverwijzingen. Als student doceer je in feite al, en dat is erg knap. Wellicht dat je het zelf niet zo ziet, maar het delen van je eigen ervaringen en de mooie onderbouwingen die je daarin verwerkt helpt zeker.

    Ik ben gestart met het “Handboek voor de moderne Stoïcijn”. Ik vind het best lastig om trouw de oefeningen te doen, in combinatie met mijn zeer drukke werkzaamheden als ondernemer. Heb je wellicht een tip voor deze Stoïcijnse novice?

    Vriendelijke groet, Rik

  2. Rik schreef:

    Een naschrift op mijn vorige reactie, aan Justin: ga hier alsjeblieft mee door. De vertalingen van het Stoïcisme naar de dagelijkse praktijk van alledag zijn belangrijk en feitelijk waar het om gaat.

    Vriendelijke groet,
    Rik

  3. Piet Vogel schreef:

    Ik heb de indruk dat het stoïcijnse voor Justin meer een religie is. In dit stuk hoor ik meer een dominee dan een filosoof. Zoals hij over het goede praat geeft hij de indruk dat het goede een algemene waarde is, terwijl de stoïcijn zegt: Het goede is wat voor mij goed is en ik maak me geen zorgen of het ook voor de ander goed is.

  4. Justin schreef:

    Beste Rik,

    Dankjewel voor je aardige woorden en complimenten.
    Wat betreft je vraag: ik ben zelf ook sinds begin dit kalenderjaar begonnen met het Handboek voor de Moderne Stoïcijn. In zekere mate ervaar ik hetzelfde probleem. Soms is het nu eenmaal nodig om flexibel te zijn met de oefeningen. Daarom denk ik dat de beste vragen die je jezelf bij iedere oefening kunt stellen zijn: waarom wordt mij geadviseerd deze oefening te doen? waarom op deze manier? en waarom een week lang? Gelukkig leggen ze het antwoord op de eerste vraag iedere keer al uit in het inleidende deel van de hoofdstukken.

    De tweede vraag is wat meer flexibel. Ik herinner me nog een oefening waarin geadviseerd werd om te reflecteren op je plaats in de wereld en in het grotere geheel. De voorgestelde manieren om dit te doen waren voor mij niet altijd praktisch, maar wat ik wel kon doen was schrijven. Deze oefening heb ik gedaan door via tekst deze reflectie te doen. De voorstellen in het boek hoeven we denk ik niet tot op de letter te volgen. Zolang het beoogde doel maar wel wordt bereikt. Naar mezelf schrijven is een ritueel dat ik toch al iedere dag doe, dus ik had maar besloten de oefening in mijn dagelijks ritueel voegen.
    Als ondernemer weet je waarschijnlijk dat iedereen creatief is. Er is altijd een andere weg om hetzelfde doel te bereiken. Pas deze extra-getrainde eigenschap van jezelf toe in je eigen voordeel.

    Wat betreft de derde vraag: ik denk dat het vooral gaat om een bepaald gemak. Het is natuurlijk makkelijker om een week te oefenen en aan het einde te reflecteren. Het begin en het eind van de week zitten er nu bij ons zo ingebakken dat het een herkenbaar gevoel van start en finish bezit. Wie weet moet je de beslissing maken om bepaalde oefeningen 2 weken lang te doen. Dan zet je bijvoorbeeld specifieke dagen (en tijdstippen) opzij om op die dagen de oefeningen te doen. Je kunt voor jezelf beslissen hoeveel dagen je aan de oefeningen wilt werken. “Ik ga pas over op de volgende oefening als ik minimaal 6 dagen deze oefening heb gedaan.” bijvoorbeeld.

    Ik hoop dat mijn antwoord je heeft kunnen helpen. Als er onduidelijkheden zijn (of als ik je verkeerd heb begrepen) dan kun je dat aangeven natuurlijk.

    Dan heb ik nu nog een vraag voor jou. In je naschrift zeg je “(…) ga hier alsjeblieft mee door.” Waar verwijst ‘hier’ precies naar als ik vragen mag? Ik denk dat ik je beter kan begrijpen als ik dit weet.

Geef een Reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met (*)