Schilderij van Peter Paul Rubens - De Dood van Seneca.
Uncategorized

Seneca Citaten en Uitspraken

Standbeeld van de stoïcijnse filosoof Seneca.

Seneca werd geboren in het hedendaagse Spanje in een bekend en welvarend gezin. Hij maakte al snel carrière, eerst als bekend redenaar, en later als senator.

Hoewel de exacte details onduidelijk zijn, werd hij door Keizer Caligula uit jaloezie verbannen naar Corsica, waar hij totaal zeven jaar doorbracht. In 49 n.d.j. werd hij echter teruggeroepen naar Rome, om leraar en mentor te worden van de keizer-in-opleiding, Nero.

Seneca probeerde Nero te leren een goede, wijze keizer te worden, om zo een reeks slechte keizers te doorbreken. In het begin leek dit te werken, maar naarmate Nero ouder en zelfstandiger werd, nam Seneca’s invloed af. De keizer werd wreder, wilder, en het begon duidelijk te worden dat hij bekend zou komen te staan als een ‘slechte keizer’.

Hierop begon Seneca zich steeds meer terug te trekken uit het publieke leven om zich te richten op zijn filosofie. Deze terugtrekking mocht echter niet baten; Nero dwong Seneca om zelfmoord te plegen, en zo kwam er een einde aan zijn leven.

Seneca was één van drie belangrijkste stoïcijnse filosofen, naast Marcus Aurelius en Epictetus. Wat kenmerkt Seneca’s kijk op de stoïcijnse filosofie? Dat we moeten leren om tevreden te zijn met genoeg, dat we ons moeten voorbereiden op tegenslagen en ongeluk, dat we geluk en voldoening ‘intern’ moeten vinden en niet in externe dingen, en dat we moeten beseffen dat we niet eeuwig zullen leven – memento mori dus.

Hieronder een selectie van Seneca citaten en uitspraken uit zijn essays en zijn brieven. Voor meer informatie over Seneca, en zijn filosofie, bekijk onze uitgebreide biografie.

Selectie van Seneca citaten:

Het leven dat we krijgen is niet kort, wij maken het kort; we hebben er niet te weinig van, we gooien het met bakken overboord. Het is als met grote rijkdom van een koning: wanneer die in verkeerde handen valt is alles in een oogwenk verdwenen. Maar een bescheiden bezit dat wordt toevertrouwd aan iemand die er goed op past groeit met het gebruik. Zo vergaat het ook ons: wie de zaken goed inricht krijgt van het leven volop de ruimte.

Een mens kan wel alles verachten, maar alles bezitten kan niemand. De kortste weg naar rijkdom loopt via verachting voor rijkdom.

Wij nemen aan dat de dood op ons volgt, terwijl hij zowel is voorafgegaan als volgen zal. Al wat voor onze tijd was, is dood. Want wat doet het ertoe of je niet begint of ophoudt, als het resultaat in beide gevallen gelijk is: niet zijn.

Niemand kan alles hebben wat hij wil, maar dit kan wel: niet willen wat je niet hebt, blij zijn met wat voorhanden is. Vrijheid ligt voor een belangrijk deel in een maag zonder fratsen, die tegen een stootje kan.

Karakter vorm je zelf, taken krijg je van het lot.

Er is één reden waarom we niet over het leven mogen klagen: het houdt niemand vast. De mensheid is goed af, want niemand is ongelukkig behalve door eigen schuld. Bevalt het je hier? Leef dan. Bevalt het je niet? Dan mag je terug naar waar je vandaan kwam.

‘Gelukkig’ kun je iemand noemen die nergens naar verlangt en nergens bang voor is, en wel dankzij zijn verstand.

Niet wie te weinig heeft is arm, maar wie meer wil hebben. Want wat maakt het uit hoeveel er in je kluis ligt of in je voorraadschuren, hoe groot je veestapel of je rendement is, zolang je loert op andermans bezit, zolang je niet je winst telt maar je winstverwachting?

Denk dus vooral niet dat iemand lang heeft geleefd wanneer je zijn grijze haren of rimpels ziet. Hij heeft niet lang geleefd, hij heeft lang bestaan.

Het kortste leven met de grootste zorgen hebben de mensen die het verleden vergeten, het heden laten versloffen en vrezen voor de toekomst. Pas bij de finish, als het te laat is, begrijpen ze het, de stakkers: al die tijd zijn ze druk bezig geweest met nietsdoen.

Een mens staat altijd sterker tegenover iets waarop hij zich allang heeft ingesteld, en hij trotseert zelfs tegenslag wanneer die is ingecalculeerd. Wie daarentegen nergens op is voorbereid raakt bij het minste of geringste in paniek. We moeten ervoor zorgen dat voor ons niets onvoorzien is.

Vrijheid is: geestelijk boven onrecht staan. Jezelf maken tot je enige bron van vreugde. Externe dingen op afstand houden. Anders leid je onvermijdelijk een leven vol onrust, waarin je bang bent voor de spot van alle mensen, voor het geklets van alle mensen.

Een wijs man overkomt niets tegen zijn verwachting. Alles verloopt voor hem niet zoals hij wil, wel zoals hij denkt. En het eerste wat hij denkt is dit: er kan best iets zijn wat mijn plannen doorkuist.

Mensen leven niet zoals ze willen maar gewoon zoals ze zijn begonnen.

Wat geldt voor een toneelstuk, geldt ook voor het leven: het gaat er niet om hoe lang het duurt, maar hoe goed het acteerwerk is. Het maakt niets uit op welk punt je stopt. Hou op waar je wilt, zorg alleen voor een goede slotscène.

Je vindt geen mens die zijn geld zomaar weggeeft, dat wil niemand. Maar ieder deelt zijn leven uit aan Jan en alleman. Scherp is hun discipline voor behoud van hun erfdeel. Maar gaat het over tijd vergooien, dan kennen ze in het geheel geen maat.

De wijze doet niets tegen zijn zin. Hij ontsnapt aan alle noodzaak, want waartoe die hem dwingen zal, dat wil hij zelf.


Voor andere stoïcijnse uitspraken zie ook de citaten van Marcus Aurelius, Zeno van Citium, Musonius Rufus en Epictetus.


 

Reacties (0)

Geef een Reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met (*)