Foto van verschillende wit/bruine klokken met andere tijden.
Uncategorized

Seneca Over Tijd En De Lengte Van Het Leven

In één van Seneca’s bekendste essays, De Lengte Van Het Leven, gaat hij in op wat wellicht klinken als moderne fenomenen: druk zijn, geen rust vinden, het gevoel hebben dat de dagen en jaren aan ons voorbij vliegen. Het goede nieuws is dat dit niet iets modern is, ook in Seneca’s tijd klaagden mensen steen en been over het hebben van te veel verplichtingen en te weinig rust en vrije tijd. Het slechte nieuws? Het lijkt dat er voor het merendeel van de mensen weinig veranderd is over de afgelopen paar duizend jaar.

Het spreekt natuurlijk voor zich maar tijd, net als energie, is een niet-hernieuwbare bron. We krijgen allemaal vierentwintig uur per dag, en we weten allemaal dat we niet eeuwig zullen leven. Maar de één gebruikt zijn tijd op deze aarde beter dan de ander, en veel mensen kunnen af en toe wel eens profiteren om wakker geschud te worden vanuit hun dagelijkse gebeuren en na te denken over de verkwisting van onze tijd.

Voordat we tot Seneca’s advies overgaan, wie was Seneca eigenlijk? Voor een uitgebreide profielschets zie hier, maar in het kort was Seneca één van de drie belangrijkste stoïcijnse filosofen. (De andere twee zijn Marcus Aurelius en Epictetus.) Hij was een adviseur van Keizer Nero, schreef verschillende toneelstukken en andere werken, maar hij is voornamelijk bekend gebleven om zijn filosofische schrijven. Dit komt in twee vormen: 1) essays, waaronder dus De Lengte Van Het Leven, en 2) De Brieven aan Lucilius waar hij in gaat op diverse onderwerpen in, zoals de naam al doet vermoeden, briefvorm.

Hieronder een aantal adviezen van Seneca over hoe we onze tijd beter kunnen gebruiken.

Tijd is ons belangrijkste bezit

“Het leven dat we krijgen is niet kort, wij maken het kort; we hebben er niet te weinig van, we gooien het met bakken overboord. Het is als met grote rijkdom van een koning: wanneer die in verkeerde handen valt is alles in een oogwenk verdwenen. Maar een bescheiden bezit dat wordt toevertrouwd aan iemand die er goed op past groeit met het gebruik. Zo vergaat het ook ons: wie de zaken goed inricht krijgt van het leven volop de ruimte. Wat klagen wij over de natuur? Die heeft zich heel welwillend opgesteld. Het leven is, wanneer je ermee kunt omgaan, lang.”

Het is een van de weinige dingen in het leven waar iedereen evenveel van heeft: 24 uur vandaag, te besteden zoals je zelf wilt. Het is niet overdraagbaar, we kunnen het niet stelen, en ongeacht of je rijk of arm bent heb je hetzelfde aantal minuten. Voor vandaag hebben we dan ook alle tijd die we ooit zullen hebben.

Wat we natuurlijk niet weten is hoe lang we nog hebben op deze wereld. Hoeveel dagen kunnen we nog gebruiken om gelukkig te zijn, om te bereiken wat we willen bereiken? Het antwoord op deze vraag weet niemand. Maar het is juist deze onzekerheid dat er voor moet zorgen dat we elke dag inrichten alsof het onze laatste is. Dat we iedere dag die we krijgen optimaal gebruiken, en dat we geen tijd onbenut laten. Zoals Seneca het verwoordt:

“Jullie leven alsof het voor eeuwig is! Zonder ooit eraan te denken hoe kwetsbaar jullie zijn en zonder te kijken hoeveel tijd er al is verstreken. De tijd verspillen jullie alsof de voorraad op peil, overvloedig is. Terwijl de dag die jullie aan iets of iemand geven intussen misschien wel de laatste is. Al jullie angsten zijn die van stervelingen, jullie verlangens die van onsterfelijken.”

Maar toch, ondanks dat het zo’n belangrijk bezit is, beseft het merendeel van ons dit niet. We verspillen en verkwisten er een groot gedeelte van. Hier zijn verschillende redenen voor, en vaak kunnen we zelf deze redenen ook wel aanwijzen. Het merendeel van de mensen weet heus wel, bewust of onbewust, waar we in ons eigen leven te veel tijd aan verspillen.

Maar we hebben één groot voordeel: hoewel we veel tijd verspillen, en hoewel we veel tijd hebben verspilt in het verleden, heeft dit geen invloed op de toekomst. Voor alle dagen die zullen komen na vandaag hebben we weer de keus: hoe gaan we onze tijd besteden? De constante bevoorrading van een nieuwe lading tijd zorgt ervoor dat we elke dag weer opnieuw een kans krijgen om het beter te gebruiken.

We weten misschien niet wat onze totale voorraad aan tijd is, maar we weten wel dat elke ochtend als wij wakker worden, we voor vandaag opnieuw bevoorraad zijn. En met elke nieuwe bevoorrading komt een keuzen en een stukje verantwoordelijkheid: hoe gaan we het optimaal gebruiken?

Drukte door onszelf en anderen

“Mensen laten nooit hun grond door een ander innemen, bij het minste of geringste grensgeschil grijpen ze naar stenen en wapens. Maar dat anderen hun leven binnentreden vinden ze best, of sterker nog zelfs, ze halen zelf hun toekomstige eigenaars binnen. Je vindt geen mens die zijn geld zomaar weggeeft, dat wil niemand. Maar ieder deelt zijn leven uit aan Jan en alleman. Scherp is hun discipline voor behoud van hun erfdeel. Maar gaat het over tijd vergooien, dan kennen ze in het geheel geen maat. Terwijl alleen daarbij krenterigheid volkomen eerbaar is.”

Tijd is geld stelt het bekende gezegde, maar toch geven we liever onze tijd weg dan dat we dat met geld doen. Dit weggeven van onze tijd is een paradox: we geven het met bakken aan anderen, maar tegelijkertijd klagen we over het feit dat we het ‘zó druk‘ hebben en geen rust kunnen vinden. Maar waarmee hebben we het eigenlijk druk? Met de dingen die essentieel zijn? Of met dingen die we onszelf vrijwillig hebben opgelegd, en zaken waar we vrijwillig ‘ja’ tegen hebben gezegd?

Als we eerlijk tegenover onszelf zijn dan weten we ook wel dat het vooral om de tweede categorie gaat. We zeggen ‘ja’ tegen dingen waar we ook makkelijk ‘nee’ hadden tegen kunnen zeggen. Een uitdagende baan die veel uren kost, lange reistijden, verschillende verenigingen waar we lid van ‘moeten’ zijn, sociale verplichtingen waar we eigenlijk liever niet hadden willen zijn, andere niet-essentiële activiteiten, et cetera. Natuurlijk is goed dat we sommige van deze dingen doen, dat spreekt voor zich. Maar tegelijkertijd moeten we ons ook afvragen wat essentieel is en wat niet. Wat draagt bij aan ons geluk en wat niet? Besteden we onze tijd op deze manier het beste? Is ons standaardantwoord op de vraag “Hoe gaat het?”, “Druk, heel druk”? En als dat het geval is dan is het een overduidelijk teken dat we onze tijd verkeerd indelen.

Een stukje krenterigheid tegenover externe verplichtingen en verzoeken misstaat dus niet. Maar dit is slechts één kant van het verhaal. We gooien namelijk ook veel tijd weg uit ons eigen initiatief. We creëren vaak de drukte of stress zelf.

Hoeveel tijd hangen we voor de TV? Hoeveel tijd gebruiken we voor sociale media, apps op onze telefoons, of gewoon surfend op het internet? Vaak hebben we geen idee hoeveel tijd we hiermee weggooien. Maar de gemiddelde Nederlander besteedt meer dan 3 uur per dag voor een televisie, en iets meer dan een uur voor ‘communicatie’ zoals sociale media en het versturen van berichtjes. Vier uur per dag aan deze twee activiteiten, wat zou Seneca hier van vinden? Zouden we hierbij ook niet een beetje krenterigheid moeten toepassen?

Hoe moeten we onze dagen dan wel inrichten?

“De man die geen moment voor zichzelf onbenut laat, die elke dag inricht alsof het zijn laatste is, hoopt noch vreest de dag van morgen. Want wat kan enig uur brengen aan nieuw genot? Alles is bekend, alles ten volle genoten. Fortuna mag het verder allemaal inrichten zoals ze wil, zijn leven is al binnen. Iets erbij kan nog, iets eraf niet.”

Eigenlijk is Seneca’s advies heel simpel: we moeten ons leven bewust leven en er voor zorgen dat we alles weloverwogen doen. In het essay geeft hij een voorbeeld waarin hij beschrijft dat mensen die op reis zijn, en die iets lezen of zichzelf op een andere manier bezig houden, ineens de bestemming bereiken voordat ze dat doorhadden. Ons leven werkt op dezelfde manier: als we constant op de automatische piloot leven zonder na te denken over wat we doen, en hoe we iets doen, zal de tijd aan ons voorbij schieten. We zullen op onze eindbestemming aankomen zonder dat de we de reis opgemerkt hebben.

De eerste stap om meer weloverwogen met onze tijd om te gaan is te beseffen dat onze tijd enorm beperkt is. Iedereen zal op een dag wakker worden die zijn laatste is – we zullen allemaal op den duur sterven. Luguber misschien, maar het is een enorm krachtige boodschap die we elke dag opnieuw weer aan onszelf moeten vertellen. Kortom: memento mori. Begin de dag met deze boodschap, misschien door het lezen van de stoïcijnen, misschien door te schrijven in je persoonlijke dagboek, of op andere manieren, maar zorg ervoor dat dit bericht dicht bij je hart blijft.

Leven en bestaan is immers niet hetzelfde zoals Seneca aangeeft. “Denk dus vooral niet dat iemand lang heeft geleefd wanneer je zijn grijze haren of rimpels ziet. Hij heeft niet lang geleefd, hij heeft lang bestaan.” Bestaan is een leven zonder een doel, of een leven vol met misplaatste passies en verlangens, of een leven vol hebzucht en ambitie. Bestaan kan ook iets zijn wat we automatisch doen waarbij de tijd ons razendsnel ontvliegt. Maar écht leven? Dat leven is iets anders. Dat leven is doelbewust omgaan met de tijd die je hebt en je richten op de doelen die voor jou belangrijk zijn. De exacte doelen zijn hierin van ondergeschikt belang, wat het meest belangrijke is, is dat we ze doelbewust kiezen.

Hiernaast heeft Seneca nog wel een tip voor wat we moeten bestuderen als we tijd vrijmaken: filosofie, en natuurlijk specifiek de stoïcijnse filosofie. Hij noemt hierbij verschillende onderwerpen die we moeten behandelen. De liefde voor en het beoefenen van de stoïcijnse deugden, proberen onze verlangens te beheersen en in werk te zetten voor de dingen die er toe doen, te begrijpen hoe we moeten leven en hoe we op den duur moeten sterven, en hoe we in het leven kalmte kunnen bereiken.

In conclusie kunnen we dus zeggen dat we: 1) elke dag moeten inrichten alsof het onze laatste is, 2) onszelf moeten focussen op de dingen die waarde toevoegen voor ons persoonlijk, en 3) krenterig om moeten gaan met onze tijdsbesteding om zo te voorkomen dat we gaan leven op de automatische piloot. Op die manier benutten we het leven optimaal. En als we op deze manier leven, dan kunnen we inderdaad Seneca gelijk geven: het leven hoeft niet te kort te zijn zolang we het zelf niet te kort maken.

Als afsluiting nog één citaat van Seneca uit De Lengte van Het Leven, om de urgentie van zijn advies aan te geven:

“Het kortste leven met de grootste zorgen hebben de mensen die het verleden vergeten, het heden laten versloffen en vrezen voor de toekomst. Pas bij de finish, als het te laat is, begrijpen ze het, de stakkers: al die tijd zijn ze druk bezig geweest met nietsdoen.”


Reacties (0)

Geef een Reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met (*)