Schilderij van Manuel Domínguez Sánchez (1871), getiteld 'De zelfmoord van Seneca' (El suicidio de Séneca)
Uncategorized

Seneca: Staatsman, Leraar, en een Stoïcijnse Paradox

Van alle beroemde stoïcijnen is Seneca wellicht de meest interessante, en tegelijkertijd het beste voorbeeld voor veel mensen. Je zou hem namelijk niet bestempelen als een typische filosoof. En zo gedroeg hij zich ook niet: hij stond midden in het leven, en was één van de welvarendste en invloedrijkste personen in het Romeinse rijk.

Seneca werd dan ook geconfronteerd met het toepassen van zijn filosofie in de praktijk. Hoe combineer je bijvoorbeeld succes, financieel of carrièretechnisch gezien, met het zijn van een goed mens? Hoe kun je je onverschillig opstellen tegenover je bezittingen, als je één van de rijkste personen ter wereld bent?

In bepaalde opzichten is Seneca dan ook een wandelend paradox, maar dit maakt hem juist interessant om te bestuderen.

Seneca’s Leven

Seneca werd geboren in het hedendaagse Spanje rond de moderne jaartelling. Hij was zoon van Seneca de Oude, een bekend redenaar. Al op vroege leeftijd werd Seneca naar Rome gestuurd voor een opleiding in retorica en filosofie. Hierna maakte hij al snel carrière als redenaar en senator. Hij was zelfs zo succesvol dat de toenmalige keizer, Caligula, jaloers op hem werd en hem verbande naar Corsica waar hij de jaren 41-48 n.d.j. doorbracht.

Tijdens deze verbanning schreef hij ook één van zijn beroemde werken, de Consolatio ad Helviam matrem, een troostschrift aan zijn moeder waarin hij haar troostte omdat zij hem miste.

In 49 n.d.j. werd hij door Agrippina, moeder van Nero en echtgenote van keizer Claudius, teruggeroepen vanuit Corsica om mentor en leraar van haar zoon te worden. Nero, later natuurlijk bekend als één van de meest meedogenloze en wrede keizers van het Romeinse rijk, zou onder Seneca’s filosofie en retorica opgevoed worden, om zo klaargestoomd te worden voor zijn rol als keizer. (Het is dan ook gedurende deze periode dat Seneca invloed en rijkdom verwierf.)

Seneca probeerde Nero op te leiden naar aanbeeld van wat een goede keizer zou moeten zijn, om zo een reeks ‘slechte keizers’ (Caligula, Tiberius, en Claudius) te vervangen door een goede. In het begin leek dit te werken. De eerste jaren van Nero’s keizerschap staan bekend als één van de meest voorspoedige van het rijk. Echter, gedurende de jaren die volgden, jaren waarin Nero steeds meer zijn eigen mening en stijl ontwikkelde, waren het begin van het einde voor Seneca.

Standbeeld van de stoïcijnse filosoof Seneca.
Standbeeld van de stoïcijnse filosoof Seneca. (Foto: I, Calidius)

Langzaamaan werd zijn invloed op de keizer minder en minder, totdat hij in ongenade viel. Hierop trok Seneca zich terug uit het publieke leven om zich meer te kunnen richten op het schrijven van zijn filosofie. Een officieel pensioen of einde van zijn functie wou Nero hem niet geven, tot tweemaal toe. Toch was Seneca steeds vaker afwezig van zijn functie. Het is tijdens deze periode dat hij zijn belangrijkste werk schreef, de Brieven aan Lucilius, wat een soort samenvatting van zijn filosofie is (in de vorm van brieven).

Seneca’s terugtrekking was niet succesvol. Zijn publieke leven en keizer Nero bleven hem achtervolgen. Sterker nog zelfs: Nero verdacht hem ervan onderdeel te zijn van een complot om hem van de troon te werpen en te vervangen met Gaius Piso, een senator. Hij dwong Seneca hierop om zelfmoord te plegen. Hoewel zijn dood sindsdien erg geromantiseerd is, beschreef Tacitus het als volgt:

Seneca pleegde zelfmoord door de aderen van zijn polsen door te snijden. Zijn vrouw, Paulina, had ook stoïcijnse trekjes en besloot haar echtgenoot te volgen door hetzelfde te doen. Ze waren echter beiden al oud, en hun doorbloeding was niet wat het ooit geweest was. Nero, die op de hoogte gebracht werd met de laatste updates, eiste dat Paulina’s leven gespaard werd, en de soldaten verbonden daarop haar armen. Seneca, nu in pijn en zonder een snel uitzicht op de dood, besloot om ook vergif in te nemen om zo sneller het einde te laten komen. Dit werkte echter ook niet zoals gewenst en daarom werd zijn lichaam naar een stomend heet bad gebracht dat wellicht zijn doorbloeding kon versnellen om zijn dood wat humaner te maken. Deze tactiek werkte wél, en na zijn laatste woorden te hebben gedicteerd, en afscheid van zijn vrienden te hebben genomen, stierf hij. Van alle bekenden stoïcijnse filosofen had Seneca waarschijnlijk de meest stoïcijnse dood.

Seneca’s Filosofie: De belangrijkste lessen

Wees tevreden met genoeg

Van veel dingen in het leven geldt dat ‘genoeg’ goed genoeg is. Eten, drinken, onderdak, kleren, en andere bezittingen; deze zaken hebben volgens de stoïcijnen geen invloed op geluk en op het hebben van een goed leven. Zolang het essentiële beschikbaar is zal extra voedsel, een groter huis, meer kleren en andere bezittingen weinig extra blijdschap toevoegen aan je leven.

Dit wil natuurlijk niet zeggen dat we een mager bestaan moeten leiden of dat we onszelf moeten dwingen om afstand te nemen van alles behalve water en brood, en een houten hutje om in te slapen. Dit is niet het doel van het stoïcisme. Maar het stoïcisme pleit er wel voor om te leven met mate, zonder buitensporigheid. Oftewel: ‘overdaad schaadt’.

Wat betekent ‘met mate’ voor Seneca dan wel?

Onder andere dat we voedzaam eten tot ons moeten nemen, maar dat we niet elke maaltijd zo uitbundig moeten eten dat we overvol zitten (dit is in feite een vorm van verspilling). Dat we niet continu nieuwe spullen kopen – denk aan kleren, meubilair, elektronica – maar dat we moeten leren de dingen die we hebben te waarderen. In de moderne samenleving is er een constante druk om meer en meer te kopen, maar als we eerlijk tegenover onszelf zijn, voegt dit op de lange termijn niet veel toe aan ons leven. Seneca adviseert ons dan ook om gelukkig te zijn met wat we hebben en om genoegen te nemen met de kleine dingen in het leven.

(Dit is waarschijnlijk de grootste paradox van Seneca: hij was rijk en had zelf de neiging om exotische spullen te vergaren. Toch pleit hij voor een leven waarin we genoegen nemen met minder. Hoe kunnen we dat uitleggen? Eén van de verklaringen die gegeven wordt, is dat Seneca’s stoïcisme niet pleit voor het leven met weinig an sich, maar simpelweg dat we niet gewend moeten raken aan materiële zaken. We kunnen op elk moment alles kwijtraken, dus volgens Seneca moeten geen hechtenis met dingen hebben. We kunnen er dus wel van genieten, maar we moeten er niet afhankelijk van worden.)

Oefen tegenslag en ongeluk

Naast tevreden te zijn met wat we hebben, pleit Seneca er ook voor om tegenslag en ongeluk te oefenen. Mensen zijn vaak doodbang om dingen te verliezen, of het nu gaat om onze rijkdom, ons huis, vrienden, familie, of iets anders. Daarom is het juist goed om je daarop voor te bereiden. Oftewel: we zouden eigenlijk moeten oefenen om zonder deze dingen te leven.

Hoe zou het bijvoorbeeld zijn om een week lang niet de auto maar de bus te pakken? Hoe zou het zijn om een aantal dagen een simpel dieet te volgen? Kun je overleven zonder televisie of mobiele telefoon?

Als je dit soort hypothetische situaties oefent dan zul je al snel merken dat er eigenlijk niks in je leven verandert. Ja, het is misschien moeilijk om in het begin de omschakeling te maken en te wennen aan een leven zonder deze ‘extra’s’. Maar als je hier eenmaal aan gewend bent, kun je dan echt zeggen dat je minder gelukkig bent? Waarschijnlijk niet.

Het doel van deze oefening is dat we tot de realisatie komen dat we prima zonder bepaalde dingen kunnen leven. En zodra we dat weten, verminderen (of verliezen) we ook onze angst voor tegenslag of ongeluk. We hebben het geoefend, we zijn te weten gekomen dat we zonder kunnen, dus waarom zouden we nog bang zijn?

De stoïcijnen noemde deze oefening de premeditatio malorum (het overdenken van het slechte), en het heeft drie grote voordelen. 1) Het leert ons de dingen die we hebben extra te waarderen. 2) Het leert ons dat geluk te vinden is in onszelf, en niet in externe zaken of bezittingen. 3) Het helpt om ons te leven volgens de principes van amor fati, zodat, wat er ook gebeurt in ons leven, we dit accepteren en liefhebben.

Al het goede zit binnenin

Hoe kunnen we een goed leven ontwikkelen? Waar vinden we geluk en blijdschap? Volgens Seneca zit al het goede binnenin. Dat wil zeggen: alles wat belangrijk is voor een goed leven, en het streven naar een goed leven, is binnenin een mens te vinden.

Seneca was zich er heel bewust van dat mensen gebrekkig zijn. Niemand is perfect, maar als we ons bezig houden met het ontwikkelen van onze goede en morele kanten, kunnen we ons wel verbeteren.

Een belangrijk onderdeel hierin is het onderscheid maken tussen de dingen waar we invloed op hebben, en waar we dat niet op hebben. Externe zaken, zoals hoe andere mensen ons behandelden of materiële spullen, daar hebben we overduidelijk geen invloed op. Toch hebben deze twee voorbeelden vaak wel invloed op ons geluk. Als andere mensen ons slecht behandelen, voelen we ons benadeeld, gekwetst, gefrustreerd, of boos. Seneca was realistisch: we kunnen deze gevoelens niet uitschakelen (en dat is ook zeker niet het doel van het stoïcisme) maar we kunnen onszelf wel laten beseffen dat hetgeen dat ons kwetst, frustreert, of boos maakt extern is. En aangezien externe zaken niet binnenin ons zitten, kunnen we er voor kiezen om er niet op te reageren of om onze houding aan te passen.

Een ander gebrek van mensen is dat ze zichzelf constant willen vergelijken met anderen. Dat was in Seneca’s tijd al zo, en dat is nog steeds zo. Elk mens heeft maar één leven, en dat is zijn eigen – vergelijking met anderen is dus nutteloos en het voegt niks toe. Zoals ze het in het Engels mooi zeggen: ‘comparison is the thief of joy’ (letterlijk: vergelijking is de dief van de vreugde). Iedereen moet immers zijn eigen pad bewandelen en doelen stellen die daarbij helpen. Dus niet vergelijken met anderen, maar je richten op jezelf – dit is immers ‘intern’ en dus iets waar je wél invloed op hebt.

Dit betekent ook dat als mensen ons proberen te vleien of te begunstigen we dit niet naar ons hoofd moeten laten stijgen. Complimenten en accolades voelen goed, het strookt tenslotte onze ego. Maar het voegt feitelijk niks toe. Het zijn externe zaken, en het beïnvloedt onze interne doelstellingen en ons geluk niet. Sterker nog zelf: het houdt ons tegen. Zodra we denken dat we de beste zijn, is er geen noodzaak of interesse meer voor verandering.

Geluk en een goed leven liggen dus in onszelf en aan onszelf volgens Seneca. Maar dit betekent niet dat het gemakkelijk is. Externe zaken houden ons tegen, mensen proberen ons te vleien, en door vergelijking met anderen leven we niet in het nu maar in een andere tijd. Dit alles houdt ons tegen om gelukkig en ‘wijs’ te worden.

Het leven bestaat alleen in het ‘nu’

Het risico van zelfreflectie en zelfverbetering is dat we in het verleden gaan leven. Natuurlijk is het belangrijk dat er lessen uit het verleden gehaald worden, bijvoorbeeld om te kijken hoe we beter kunnen leven volgens de stoïcijnse levenswijze. Aan de andere kant bestaat het leven alleen in het huidige moment, en dit moeten we niet uit het oog verliezen.

In het verleden blijven hangen doet ons dan ook geen goed. Ons zorgen maken om de toekomst ook niet – we weten immers niet wat er gaat gebeuren. Wat we wel weten is dat we het heden kunnen gebruiken om ons voor te bereiden op de toekomst. Door te oefenen met tegenslagen, door proberen een beter mens te worden, en door ons geluk in het nu te zoeken.

Eén van de interessante dingen aan stoïcisme, en van praktische filosofie in het algemeen, is dat het een leven vol doen promoot. Niet een leven van denken alleen. Maar Seneca adviseert ons dan wel dat het vandaag gebeuren; gisteren is namelijk al geweest (en daar kunnen we van leren!) en morgen is nog in het ongewisse. Alleen in het huidige moment, in het nu, bestaat het leven echt.

Seneca’s boeken en schrijven

Seneca is waarschijnlijk de stoïcijn met het meest gepubliceerde werk. Hij was ook de enige van de drie bekende stoïcijnen die publicatie als een doel had. Marcus Aurelius schreef aan zichzelf, en de filosofie van Epictetus werd opgeschreven en samengevat door één van zijn studenten. De stijl van Seneca’s werk laat dit doel ook duidelijk zien. Hij schrijft op een leesbare en duidelijk manier, en bouwt zijn argumentatie langzaam op – van makkelijk naar moeilijk. Voor de moderne lezer, of degene die nieuwe zijn met het stoïcisme, is het waarschijnlijk dan ook beter om te beginnen met Seneca. (Zie hier voor een selectie van zijn beste citaten.)

Eén van de redenen dat zijn werk zo gepolijst en ‘citeerbaar’ is is omdat schrijvers in die tijd vaak hun teksten aan het publiek promootte door ze voor te lezen. Om dus de aandacht van de mensen op straat vast te houden moest de tekst krachtig en bondig zijn.

Seneca’s belangrijkste filosofische gedachten komen naar voren in de Brieven aan Lucilius (origineel getiteld Epistulae Morales ad Lucilium). Deze brieven zijn een soort samenvatting van Seneca’s stoïcisme in de vorm van advies aan een vriend, Lucilius. De brieven behandelen diverse onderwerpen; van vriendschap, de dood, rijkdom, verdriet, succes, mislukkingen, het doel van het leven, geluk, tot aan andere zaken.

Voorkant van het boek Leren Sterven - Brieven aan Lucilius van Seneca.

Nog beter leesbaar dan de Brieven aan Lucilius (die, hoewel ze als overkoepelend thema de stoïcijnse filosofie hebben, toch van onderwerp naar onderwerp springen) zijn een aantal langere teksten die Seneca schreef. Je zou ze essays of artikelen kunnen noemen. In het Nederlands zijn hier een aantal vertalingen van, maar de meest recente en meest moderne is van Vincent Hunink.

Voorkant van het boek De Lengte Van Het Leven van Seneca, vertaald door Vincent Hunink.

De Lengte Van Het Leven (of: ‘Over de kortheid van het leven’) gaat over het feit dat het leven helemaal niet kort is. Integendeel, het leven is lang genoeg als je maar weet hoe je ervan gebruik moet maken. Het essay behandelt ambitie, verveling, winstbejag, en het uitstelgedrag van mensen.

Voorkant van het boek Innerlijke Rust van Seneca, vertaald door Vincent Hunink.

Innerlijke Rust (of: ‘Over de kalmte van de geest’) gaat over emoties, ambities, ontevredenheid, depressiviteit, het zoeken van roem, en alles wat zich in de ‘geest’ afspeelt. Dit essay behandelt een aantal van de belangrijkste stoïcijnse lessen zoals je richten op de dingen waar je controle over hebt, en het aanpassen van de manier hoe je dingen waarneemt en interpreteert.


Voorkant van het boek Het Ware Geluk van Seneca, vertaald door Vincent Hunink.

Het Ware Geluk (of: ‘Over het gelukkige leven’) gaat over iets wat iedereen zoekt in het leven: geluk. Maar wat is een gelukkig leven? In dit artikel geeft Seneca het stoïcijnse antwoord. Geluk is een gevolg van een leven met morele integriteit, of het leven volgens de “natuur”. Dus niet de constante hebzucht naar geld en materiële zaken, niet een hedonistische insteek, maar leven als een goed en moreel persoon – leven met deugd en integriteit.

Voorkant van het boek Onkwetsbaarheid van Seneca, vertaald door Vincent Hunink.

Onkwetsbaarheid (of: ‘Over de gelijkmoedigheid van de wijze’) heeft als onderwerp één van centrale lessen het stoïcisme, dat invloed van buitenaf je niet kan kwetsen. Als mensen je tegenwerken, of dwarsbomen, of als je gefrustreerd of beledigd raakt dan is dit een keuze van jezelf. Je kunt er ook voor kiezen om je hier tegen te wapenen, om er voor te zorgen dat deze externe invloeden op je afkaatsen.


Voorkant van het boek Onkwetsbaarheid van Seneca, vertaald door Vincent Hunink.

De Goede Dood, het laatste boek vertaald door Vincent Hunink, heeft als basis niet één essay of artikel. Het is een compilatie van een aantal passages uit de Brieven aan Lucilius en ander werk, en heeft als onderwerp de dood. Of, beter gezegd, de goede dood. Wat is het leven waard als elke dag pijn doet, of als je alleen maar in ellende leeft? Mag een stoïcijn het leven verlaten, of moet je kostte wat kost vechten tot het laatste moment? De Goede Dood is een samenvatting van Seneca’s gedachten hierover.

Voorkant van het boek Levenskunst van Seneca, vertaald door Vincent Hunink.

Al deze essays zijn nu ook gebundeld in één boek: Levenskunst. Naast de vijf essays die hierboven staan is er als bonus ook nog ‘Leven in de Luwte’ toegevoegd, wat gaat over een goede besteding van onze vrije tijd. Als je dus geïnteresseerd bent in Seneca’s essays, is het beter om deze bundel aan te schaffen in plaats van de individuele kleine boekjes.


Naast al dit bovenstaande werk publiceerde Seneca nog meer, onder andere meer dan tien tragedies en een aantal satirische stukken. Hiernaast is, jammer genoeg, ook een groot deel van Seneca’s werk door de eeuwen heen verloren gegaan.

De erfenis van Seneca

Seneca werd al in zijn eigen leven gelezen, en sindsdien, door de eeuwen heen, is dat nog steeds het geval. Zijn ideeën hebben de vroege Christelijke kerk beïnvloed – sterker nog zelfs, er zijn veel overeenkomsten te vinden tussen de Christelijke en Stoïcijnse leer. De kerkvaders lazen dus Seneca, Erasmus las Seneca, Montaigne las Seneca, en tegenwoordig lezen we nog steeds Seneca.

Waarom? Enerzijds omdat Seneca’s schrijven zó leesbaar en praktisch is – het is dan misschien ook wel het beste voorbeeld van praktische filosofie. Anderzijds ook omdat Seneca’s werk heel menselijk is. Ongeacht de specifieke problemen, achtergrond of overtuiging die de lezer heeft kan hij of zij waarde halen uit Seneca’s werk. (Zie hier voor een selectie van zijn beste citaten.)

Seneca heeft over de eeuwen heen ook veel kritiek over zich heen gekregen (vooral van Dio in de Romeinse Geschiedenis). Vaak luidt het argument dat Seneca in zeker zin een hypocriet is: hij stelde zich vaak op tegen de rijken, maar was zelf een van de rijkste personen in Rome. Hij was tegen het verzamelen van bezittingen, maar verzamelde zelf de meeste exotische dingen. Hij was tegen despoten en tirannie, maar was wel de leraar en adviseur van één van de meest wrede Romeinse keizers.

Deze kritiek doet geen afbreuk aan zijn filosofie. In tegenstelling zelfs, het maakt Seneca juist een interessant persoon omdat hij een wandelende paradox is in de Stoïcijnse wereld. Kan je een goed leven hebben, kan je een goed mens zijn, kan je een Stoïcijnse ‘wijze’ zijn als je toch rijkdom en bezittingen begeert, en als je toch een tiran en despoot ondersteunt en begeleidt?

Hoewel Seneca hier zelf geen antwoord op geeft, is het logisch dat we het in ieder geval kunnen proberen. En is dat ook niet de essentie van het stoïcisme? We zijn hebzuchtig, egocentrisch en lui, maar toch proberen we een goed leven te leiden, gelukkig te zijn, en andere mensen te helpen. Seneca had dus ongetwijfeld tekortkomingen, maar hij probeerde zijn filosofie wel toe te passen in de praktijk. En dit kan ons ook inspiratie geven: we zijn verre van perfect, maar we kunnen wel proberen beter te worden.


Reacties (0)

Geef een Reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met (*)