Foto van zes post it notes op een witte achtergrond.
Uncategorized

Hoe verander je verlangens en gewoontes?

Donald Robertson is geen onbekende in de modern-stoïcijnse literatuur. Al eerder verscheen een boek van hem over de link tussen het stoïcisme en de moderne cognitieve gedragstherapie, en ook schrijft hij al jaren in online blogs over het stoïcisme. Robertson is dan ook vooral bekend als cognitief gedragspsycholoog waarbij hij een speciale nadruk legt op de toepassing van het stoïcisme in de moderne therapeutische praktijk.

In zijn nieuw verschenen boek Leer Denken als een Romeinse Keizer past hij, aan de hand van het leven van Marcus Aurelius, oude stoïcijnse technieken en praktische wijsheden toe in combinatie met onderzoek en ervaring uit de moderne cognitieve gedragstherapie. In het boek staan vele interessante technieken waarbij oude filosofie in een nieuw jasje gestoken wordt en gebruikt wordt in een moderne setting.

Eén van de intersecties tussen de oude filosofie en moderne gedragstherapie gaat over het veranderen van onze verlangens en gewoontes. Hieronder bekijken we hoe, door het toe te passen van de stoïcijnse filosofie in combinatie met de gedragstherapie van Donald Robertson, we dit het beste kunnen doen.

We zijn wat we herhaaldelijk doen

Duizenden jaren geleden zei Aristoteles al: ‘We zijn wat we herhaaldelijk doen’. De gedachten die we steeds hebben worden onderdeel van onze persoonlijkheid; de acties die we herhaaldelijk ondernemen worden gewoontes en, op den duur, wordt ons levenspad uitgestippeld door deze gewoontes. Zelfs de kleinste handelingen en gewoontes die we nu hebben kunnen een grote impact hebben over de jaren heen.

Die vijftien minuten die we dagelijks besteden aan het beoefenen van een instrument betekent, over decennia gezien, dat we virtuoos kunnen worden. De dagelijkse zelfreflectie over onze daden en handelingen zorgt ervoor dat we elke dag onze levenskoers een beetje bijsturen, en door de jaren heen komen we dan ook steeds dichter bij ons doel.

Maar er zijn ook dingen die we herhaaldelijk doen die we als ‘slecht’ zouden kunnen bestempelen. Neem bijvoorbeeld de uren die we dagelijks doorbrengen voor de TV. Waar leidt dat naar toe? Waarom besteden we hier eigenlijk zoveel tijd aan?

Erger nog zelfs: we doen dit soort dingen vaak onbewust. Het is een gewoonte om elke dag na thuiskomst uit je werk de TV aan te zetten. Maar zouden we deze tijd niet veel beter kunnen besteden? Zou het niet fijn zijn om onze verlangens en gewoontes te veranderen?

Het probleem van de gewoonte

Natuurlijk brengen veel van onze slechte gewoontes plezier op de korte termijn. Sociale media en de TV brengen ons vermaak, en het helpt om de tijd te doden en te ontspannen. Maar er is een groot verschil tussen plezier en geluk.

De één is een gevoel op korte termijn en erg vergankelijk. De ander is alleen haalbaar op de lange termijn, duurzaam, en een vorm van levensvreugde. De eerste is makkelijk bereikbaar, de tweede niet – het vereist doorzettingsvermogen en is niet gemakkelijk te vinden. Maar het belangrijkste is dat het najagen van plezier niet leidt tot geluk, er zit geen verbinding tussen de twee.

Daarom is het van belang om goed na te denken over onze verlangens, handelingen en gewoontes. Wat we nu willen en denken: draagt het bij aan ons geluk? Wat we nu herhaaldelijk doen: ondersteunt het de doelen die we willen bereiken? Helpt het bij onze levensvervulling?

Zo ja: perfect!

Zo niet: dat moet we dit zo spoedig mogelijk aanpassen. Want hoewel onze gewoontes op de korte termijn weinig invloed hebben, zullen ze op lange termijn cruciaal zijn. Het tweede gedeelte van Aristoteles’ citaat zegt dan ook: ‘We zijn wat we herhaaldelijk doen. Voortreffelijk is dan ook geen handeling, maar een gewoonte.’ We kunnen niet ineens kiezen om wijs of voortreffelijk te reageren – het zijn eigenschappen die we elke dag moeten oefenen.

Enter Donald Robertson

Maar hoe passen we onze verlangens en gewoontes aan? Het is immers makkelijker gezegd dan gedaan. Hier komen het stoïcisme en de cognitieve gedragstherapie van Donald Robertson bij elkaar. In zijn boek beschrijft hij aan de hand van enkele stappen hoe het toepassen van stoïcijnse wijsheden helpt om onze gewoontes en verlangens aan te passen.

Stap 1: Doe een functionele analyse

De allereerste stap is het maken van een functionele analyse van je gedrag. Wat zijn de consequenties van wat je doet op lange termijn? Wat zijn de voor- en nadelen? Natuurlijk weet iedereen dat overmatig drinken en roken slecht voor je zijn, maar waarschijnlijk staan weinig mensen er echt bij stil wat nou daadwerkelijk de consequenties voor jou persoonlijk zijn. Wat voor effect heeft het? Je voelt je waarschijnlijk minder goed, je hebt regelmatig een kater, je werk en productiviteit lijden eronder, en je bent misschien ook niet de persoon die je wilt zijn tegenover je familie en vrienden.

Het doel van deze eerste stap is dus om in kaart te brengen welke verlangens en gewoonten een negatieve impact hebben in je leven. Bovenstaande voorbeelden zijn overduidelijk, maar kijk ook naar alle “passieve” consumptie in je leven (zoals de uren die je doorbrengt op sociale media of voor de TV).

De vraag die je jezelf hierbij kunt stellen is: welke verlangens of gewoontes zijn in strijd met de kernwaarden die je hebt of die je wilt ontwikkelen, of met de levensdoelen die je jezelf stelt? Waarschijnlijk kun je voor jezelf wel enkele voorbeelden bedenken.

Stap 2: Een stukje mindfulness

Als je weet welk gedrag en welke verlangens een negatieve impact hebben, en welke je dus wilt vervangen, moet je ze proberen op heterdaad te betrappen. Het is moeilijk om iets te veranderen als je alleen maar achteraf bedenkt hoe je iets anders had moeten doen – je moet proberen om gedurende de situatie zelf al in te grijpen.

Gedachten zoals ‘voor één keer kan het geen kwaad’, of ‘vanaf morgen ga ik stoppen’, zijn funest. Als we eerlijk tegenover onszelf zijn dan weten we ook echt wel dat één keer wel degelijk kwaad kan doen, en dan we morgen echt niet gaan stoppen. Het is een vorm van zelfbedrog.

Veel gedrag is dus automatisch, en het kweken van zelfbewustzijn over wat we denken en het in controle nemen van onze interne monoloog kan dus al een enorm verschil maken. Sterker nog zelfs: door meteen in te grijpen als zulke gedachten naar boven komen kun je meteen het verlangen of het gedrag verstoren. Dit is dus een stukje stoïcijnse mindfulness – het observeren van je eigen gevoelens, verlangens en aanleidingen tot gedrag.

Stap 3: Cognitieve distantie

Binnen de cognitieve gedragstherapie van Donald Robertson komt regelmatig het thema van cognitieve distantiëring terug. Simpelweg wordt met cognitieve distantie bedoeld dat we afstand nemen van onze gedachten, verlangens en gevoelens en ze zien als een optie in plaats van iets wat we per se moeten volgen of uitvoeren. Het gaat dus om het scheiden van 1) wat er in je opkomt, en 2) wat je uiteindelijk doet.

Zoals de beroemde uitspraak van Epictetus al aangaf, het zijn niet de dingen zelf die mensen van streek maken, maar hun denkbeelden daarover. Wat je voelt, wat je denkt, of wat je wilt doen staat los van ‘het ding’ zelf.

Deze uitspraak dicht bij de hand houden helpt vaak al, maar Donald Robertson geeft nog meer technieken die je kunt gebruiken. Zoals terugkomende gedachten opschrijven, in de derde persoon spreken over wat er opkomt (‘Donald denk nu dat…’), maar ook het ontleden van de situatie zoals Marcus Aurelius dat deed (Verlang je een glas wijn? Bedenkt dan dat het slechts gefermenteerde druivensap is. Dit zal direct je verlangen verstoren, en misschien zelfs het gevoel wegnemen), of bedenken wat een rolmodel zou doen (Zoals: wat zou de wijze in deze situatie doen?).

Of in het kort: als er een gedachte, gevoel, of verlangen opkomt bedenk dan dat je hier niet naar hoeft te handelen en dat het altijd aan jou is om ze te beoordelen en je eigen plan te trekken.

Stap 4: Vervang slecht door goed

Als je weet wat belangrijk voor je is en wat past bij je kernwaarden, als je zelfobservatie toepast en een stukje cognitieve distantie creëert dan is er in stap vier nog slechts nodig dat we onze slechte gedachten en verlangens proberen om te zetten naar goede. De eerste drie stappen zijn waarschijnlijk het moeilijkst, maar stap vier komt misschien wel ‘natuurlijk’ naar boven.

Neem het originele voorbeeld van teveel passieve consumptie zoals het kijken van TV. Stel we hebben de analyse gedaan, we weten dat het niet past bij de persoon die we willen zijn, en we interrumperen onze gedachten als we weer op de bank willen zitten. Op het moment dat we een stukje distantie creëren en besluiten om iets anders te gaan doen, kunnen we de slechte gewoonte vervangen door iets goeds. Bijvoorbeeld door de tijd gebruiken om een hobby uit te oefenen, met ons gezin tijd door te brengen, of door iets nieuws te leren.

Uiteindelijk is het bij deze stap van belang dat we onze slechte gewoontes substitueren voor iets wat vervulling geeft, iets wat past bijonze kernwaarden, en wat bijdraagt aan geluk op de lange termijn.

Wat leidt uiteindelijk tot geluk?

Wat rest is dan de vraag wat uiteindelijke tot geluk op lange termijn leidt. Hoe kunnen we het gevoel krijgen dat we ons leven ‘vervullen’? Dat we met een goed gevoel over ons leven kunnen terug kijken? In het boek noemt Robertson enkele dingen die volgens het stoïcisme en Marcus Aurelius tot geluk leiden. De twee meest toepasselijke zijn wellicht de volgende:

1) Vooruitgang boeken. Als we bezig zijn met een lange termijn doel en iets wat past binnen de kernwaarden die we hebben als persoon, en als we zien dat we hier vooruitgang in boeken dan zijn we op het juiste pad naar geluk en vervulling. Elke stap die we zetten in de juiste richting wordt een motivatie voor de toekomst en geeft voldoening als we er over terug kijken.

2) Dankbaarheid in plaats van verlangen. Zoals een bekend aforisme zegt: we kunnen geluk niet bereiken door het verkrijgen van wat we verlangen, maar door te verlangen wat we al hebben. Dit geld ook voor de stoïcijnen en speelt in op de concepten van de premeditatio malorem en amor fati. Zoals Robertson het mooi omschrijft: verlangen is de aanwezigheid van iets wat afwezig is, maar dankbaarheid is de afwezigheid van de dingen die aanwezig zijn. De stoïcijnen waren blij met de dingen die ze hadden, maar ze raakten er niet afhankelijk van – ze waren dankbaar voor alles wat ze ontvingen en hadden. In plaats van dus te verlangen naar dingen die er niet zijn moeten we juist dankbaar zijn en plezier halen uit te dingen die we wel hebben. Op die manier kunnen we gelukkig zijn of worden in elke situatie.


Donald Robertson’s nieuwe boek Leer Denken als een Romeinse Keizer is onder andere verkrijgbaar bij Bol.com en Managementboek.nl. Heb jij het boek al gelezen? Wij zijn erg benieuwd naar jouw mening!

Reacties (0)

Geef een Reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met (*)