Foto van een kolom van een tempel - opwaards perspectief.
Uncategorized

De Verschillende Stoa’s: Oud, Midden, Jong, en Nieuw..?

In grote lijnen valt het klassieke stoïcisme onder te verdelen in drie periodes: de Oude-, Midden- en Jonge-Stoa. Elk van deze periodes had zijn belangrijkste filosofen, maar tegenwoordig kennen we eigenlijk alleen nog maar die van de Jonge-Stoa. Dit komt gedeeltelijk omdat we alleen fragmenten hebben van de Oude- en Midden-Stoa, en volledige teksten uit de Jonge-Stoa.

Een andere belangrijke reden dat we vooral bekend zijn met de Jonge-Stoa is dat deze schrijvers zich voornamelijk bezig hielden met praktische filosofie. Dit in tegenstelling tot de oudere Stoa’s die ook logica, grammatica, fysica, en kosmologie behandelden. Onze kennis over deze onderwerpen is natuurlijk enorm veranderd over de afgelopen duizenden jaren. Dus als we de teksten van de oude stoïcijnen lezen, dan weten we natuurlijk dat de wetenschap er nu anders over denkt!

Mensen zijn echter niet veel veranderd door de jaren heen. We hebben nog steeds dezelfde problemen en emoties als toen. De levensfilosofie van de verschillende Stoa’s, die gaat over de mens in zijn omgeving, is dus nog wel steeds relevant.

Hiernaast is er over de afgelopen decennia ook een soort van nieuwe opleving van het stoïcisme geweest. Deze nieuwe Stoa bestaat uit een moderne interpretatie van de oude levensfilosofie.

Wat hield elk van de verschillende Stoa’s in? Hieronder een korte uitleg.

Oude Stoa: de oprichting van de filosofische school

De oprichter van het stoïcisme was Zeno van Citium. Het verhaal gaat dat gedurende een reis zijn schip met al zijn bezittingen zonk. In Athene, waar hij na de schipbreuk terechtkwam, werd hij geïntroduceerd met de werken van Socrates en andere filosofen. Deze introductie veranderde het doel van zijn leven en hij begon te werken aan de levensfilosofie wat we nu het stoïcisme noemden.

Zeno gaf zijn filosofische lessen bij de Stoa Poikile, één van de beroemdste zuilengangen van de Agora van Athene. Het stoïcisme is dan ook vernoemd naar deze plek; ‘stoa’ betekent letterlijk overdekte zuilengang.

Na de dood, of zelfmoord, van Zeno nam Cleanthes de leer van de school over. De derde belangrijkste filosoof van deze periode is Chrysippos, die ook wel gezien wordt als de tweede grondlegger van de stoïcijnse filosofie.

Helaas is van deze periode vrijwel geen enkele tekst bewaard gebleven is. We weten in grote lijnen wat de filosofische insteek van Zeno, Cleanthes, en Chrysippos was, maar er is geen enkel compleet werk bewaard gebleven. Het enige wat we hebben zijn fragmenten.

Wat we wel weten is dat voor de filosofen uit de Oude-Stoa ethiek en levensfilosofie slechts één onderdeel van een geheel was. Hiernaast was de stoïcijnse school van toen ook bezig met logica, natuurkunde, en wiskunde. Dit in contrast tot de latere stoïcijnse filosofen die deze onderwerpen in mindere mate behandelden.

Midden-Stoa: overdracht van Athene naar Rome

De Midden-Stoa vormt een overgangsperiode waarin de ideeën die ontwikkeld waren in Griekenland, voornamelijk Athene, hun weg vonden naar de Romeinse wereld. Een aantal van de doctrinaire onderwerpen werden hierbij afgestoten, bijvoorbeeld het geloof in een circulaire tijd. De filosofen van de Oude-Stoa geloofden namelijk dat de wereld steeds in herhaling valt, van geboorte van de aarde, de levens van mensen, tot de periodieke verwoesting van al het leven.

De eerste filosoof van de Midden-Stoa was Panaetius. Origineel geboren in Rhodes, reisde hij naar Rome voordat hij hoofd van de stoïcijnse school in Athene werd. Het was vooral zijn aanwezigheid in Rome dat ervoor zorgde dat de Grieks-Stoïcijnse ideeën werden geïntroduceerd in Rome. Een tweede belangrijkere verspreider van de stoïcijnse school was Posidonius, die verschillende reizen door de Romeinse wereld maakte.

Jonge-Stoa: wat we nu als het stoïcisme zien

Als mensen tegenwoordig spreken over het stoïcisme dan bedoelen ze vrijwel uitsluitend het stoïcisme van de Jonge-Stoa, dat bloeide in het Romeinse Rijk. In tegenstelling tot de eerdere Stoa’s, ligt de focus van de Jonge-Stoa vrijwel uitsluitend op de levensfilosofie. Het gaat dus over de mens in zijn omgeving: ‘hoe kunnen we omgaan met tegenslagen?’, ‘wat is een goed leven?’, ‘hoe kunnen we gelukkig worden?’, et cetera, zijn vragen die hierbij centraal staan.

De onderwerpen die de oudere Stoa’s behandelen, van natuurkunde, logica, tot kosmologie komen eigenlijk niet meer naar voren. En dit is goed voor ons. Onze kennis over deze onderwerpen is natuurlijk enorm veranderd over de afgelopen duizenden jaren. Maar, als het gaat om ethiek of levensfilosofie, kunnen we nog steeds veel leren van de Stoa’s.

Binnen de Jonge-Stoa zijn er vier belangrijke filosofen. Dit zijn ook de eerste vier stoïcijnse filosofen van wie we volledige teksten hebben. Ze zijn:

Seneca. Hij begon zijn carrière als succesvol redenaar, schreef meerdere drama’s, en later in zijn leven ook verschillende werken over zijn filosofie. Hiernaast was hij de leraar en adviseur van Nero, die Seneca uiteindelijk dwong om zelfmoord te plegen. In zijn werk zien we terug dat hij één van de eerste stoïcijnse filosofen is die minder doctrinair en dogmatisch is. Het gaat Seneca om de toepassing van de filosofie in de praktijk, en hierin is hij ook niet bang om te lenen van andere auteurs en filosofische scholen.

Musonius Rufus. Gaf les rond dezelfde tijd als toen Seneca zijn werken schreef. Hij is tegenwoordig vooral bekend als de leraar van Epictetus, hoewel zijn eigen werk ook nog steeds leesbaar is. Hij was de enige filosoof die les mocht blijven geven in Rome toen keizer Domitianus alle filosofen verbande in 93 n.d.j.

Epictetus. Geboren als slaaf, maar zijn meester gaf hem toestemming om filosofie te studeren, wat hij onder Musonius Rufus deed. Nadat hem zijn vrijheid werd geschonken, richtte hij zijn eigen filosofische school op.

Marcus Aurelius. Wellicht de meest vreemde persoon op deze lijst, want in tegenstelling tot de andere filosofen was Marcus Aurelius ook keizer van het Romeinse Rijk. (Daarom staat hij ook bekend als de keizer-filosoof.) Dat maakt hem ook redelijk uniek onder de keizers. De meest machtige personen op aarde begonnen namelijk vaak dictatoriale trekjes te vertonen. Niet Marcus Aurelius, die in zijn persoonlijk dagboek constant aan het reflecteren is over hoe hij een beter mens en een betere keizer kan worden.

Moderne oplevingen: de Nieuwe-Stoa..?

Het stoïcisme heeft gedurende zijn lange bestaan al verschillende oplevingen gehad. De kerkvaders namen inspiratie van het de Stoa. Erasmus en Calvijn schreven over het onderwerp. En verschillende presidenten geven aan dat ze geïnspireerd raakten van de stoïcijnse leer – van Bill Clinton tot aan Wen Jiaboa, de vorige president van China.

In de afgelopen decennia is er echter een steeds grotere interesse in het stoïcisme geweest. Je zou kunnen spreken van een wederopleving waarbij de oude levensfilosofie vertaald wordt naar een moderne omgeving. Enerzijds valt dit te zien aan de hoeveelheid modern-stoïcijnse boeken die verschijnen. Anderzijds zijn er online ook verschillende websites en blogs die zich bezig houden met een moderne kijk op het stoïcisme.

En hoewel deze opleving soms het “Silicon Valley stoïcisme” wordt genoemd, omdat het voornamelijk als “life hack” gepresenteerd wordt, neemt het niet weg dat het stoïcisme momenteel door een nieuwe bloeiperiode gaat.

De nieuwe moderne kijk op het stoïcisme geeft ook een nieuwe draai aan een aantal klassieke thema’s. Waar de oude stoïcijnen wilden leven “volgens de natuur,” roept dit in een moderne agnostische of atheïstische wereld toch vragen op. Een voorgestelde oplossing hiervoor, door Lawrence Becker, is om te leven “volgens de feiten.” Dit betekent dat we kijken naar de fysieke en sociale omgeving om ons heen, en dat we de situatie waar we ons in bevinden accepteren.

De klassieke tweedeling van controle, wat wel in onze controle is en wat niet, is volgens de moderne kijk ook gesimplificeerd. Hiernaast neigt het oude stoïcisme soms naar een vorm van ascese – het onderdrukken van verlangens (eten, drinken, muziek, seks, rijkdom, roem, et cetera), en het bewust opzoeken van ongemak. Het moderne stoïcisme nuanceert dit door te zeggen dat een stoïcijn geen monnik is, en leeft in de gewone samenleving. Dus ja, we moeten onze excessen stoppen, en onze verlangens onder controle hebben, maar dit betekent niet dat we een leven zonder plezier hoeven te leiden.

Door deze nieuwe interpretatie en nieuwe opleving van het stoïcijnse gedachtegoed kunnen we zeker spreken van een nieuwe Stoa. Deze nieuwe Stoa is dan ook een moderne update van wat de oude filosofen schreven. De levensfilosofie is grotendeels hetzelfde gebleven, maar de context, achtergronden, en interpretaties over de natuur en theologie zijn anders. Hopelijk biedt deze nieuwe, moderne interpretatie de kans om een breder publiek te bereiken. De werken van Seneca, Epictetus, en Marcus Aurelius kunnen nog steeds veel waarde bieden in de 21ste eeuw!


Reacties (0)

Geef een Reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met (*)