Zuilengang - Stoa van Attalos in de Atheense Agora
Uncategorized

Wat is het Stoïcisme?

Van alle filosofieën, overtuigingen, en geloven zijn er slechts een paar die echt praktisch zijn. Dat wil zeggen: het helpt mensen in de praktijk met hun problemen, en is niet alleen voor de schoolbanken bedoeld. Wat een praktische filosofie behandelt zijn vragen zoals: Hoe moeten we ons gedragen in moeilijke omstandigheden? Wat is belangrijk in het leven, en wat niet? Wat zorgt voor geluk, en hoe kunnen we ons gelukkig voelen?

Eén van de meest invloedrijke praktische filosofieën is het stoïcisme. Origineel opgericht door Zeno van Citium rond 300 v.d.j., groeide het stoïcisme uit tot een van de belangrijkste filosofische stromingen in het Romeinse rijk.

(Het stoïcisme is zo genoemd omdat Zeno van Citium zijn onderwijs gaf bij de zuilengang van de Agora in Athene. Stoa betekent dan ook letterlijk ‘zuilengang.’)

De stoïcijnen waren een diverse groep: van keizer Marcus Aurelius, de machtigste man op aarde, tot Epictetus, geboren als een slaaf. De andere bekende stoïcijn is Seneca, een rijk en succesvol staatsman die later in zijn leven leraar van keizer Nero werd.

Om meteen maar de grootste misvatting van het stoïcisme weg te nemen: het heeft weinig te maken met stoïcijns zijn. Het stoïcisme gaat niet over het onderdrukken of verschuilen van emoties. Emoties zijn menselijk en het uiten daarvan ook. Wat het stoïcisme wel leert is dat we de baas moeten zijn van onze emoties.

Maar wat kenmerkt het stoïcisme nou? Allereerst, en dit kan niet vaak genoeg gezegd worden, gaat het stoïcisme over de praktijk. Het is geen filosofie voor de professoren; het gaat om de mens in zijn omgeving.

Eigenlijk heeft het stoïcisme maar enkele vaste onderwerpen die steeds weer naar voren komen. Dat de wereld niet te voorspellen is; dat veranderingen altijd dichtbij zijn. Hoe kort ons leven eigenlijk is, en hoe weinig invloed wij hebben op de toekomst. Hoe we, in deze omstandigheden, ons het beste kunnen gedragen – of, hoe we in controle en vastberaden kunnen zijn. Maar wat bovenal naar voren komt, is dat onze ontevredenheid en ongelukkigheid veelal ontstaat omdat we ons op de verkeerde dingen richten. Dat wil zeggen, we richten ons voornamelijk op ‘externe zaken’ waar we geen invloed op hebben, en niet genoeg op onze ‘interne zaken’ waar we wel invloed op hebben. Denk hierbij aan dingen zoals onze houding, emoties, impressies, en meningen.

Wie waren de Stoïcijnen?

Het stoïcisme bestaat grofweg uit twee periodes: de oude Stoa en de jonge Stoa. De oude Stoa is het stoïcisme van het oude Griekenland met filosofen zoals Zeno van Citium, Cleanthes, en Chrysippos. Deze groep kun je zien als de oprichters van het Stoïcisme die wat dogmatischer en minder ‘praktisch’ waren dan de stoïcijnen die nu vooral nog bekend zijn.

De jonge Stoa is over het algemeen wat meer bekend, met name de drie belangrijkste individuen uit deze periode: Seneca, Epictetus, en Marcus Aurelius. De ‘leer’ van deze drie stoïcijnen is in grote lijnen gelijk maar verschilt onderling wel in de details. Het bijzondere aan deze drie individuen is dat ze perfect weergeven dat er niet één type filosoof binnen het stoïcisme is, maar dat ze zich bevonden in verschillende lagen van de bevolking. Van slaven, staatsmannen tot de machtigste man uit de oudheid. Het maakt dus niet uit welke positie je hebt in het leven – hoe belangrijk of onbelangrijk je misschien dan ook bent – het stoïcisme is toepasbaar voor iedereen.

Seneca was één van de rijkste personen uit zijn tijd, een bekend redenaar, en leraar en adviseur van keizer Nero. Hij liet zien dat het mogelijk is om midden in het leven te staan, succesvol te zijn, en toch een stoïcijnse insteek te hebben en een goed mens (proberen) te zijn.

Epictetus werd geboren als slaaf en diende zijn meester voor vele jaren. Hij probeerde zijn rol op een zo’n goed mogelijke manier uit te voeren en, als teken van dank, werd hij later vrij gezet. Hierna richtte zijn eigen filosofische school op.

Marcus Aurelius, vaak bestempeld als de keizer-filosoof, was keizer van het Romeinse Rijk en de laatste van de ‘vijf goede keizers’. De machtigste man op aarde combineert zijn functie met het uitoefenen van een filosofie? Een praktische filosofie over hoe je jezelf het beste kunt gedragen, wat je aandacht verdient en wat niet. Is dat mogelijk? Marcus Aurelius laat overduidelijk zien dat het antwoord ‘ja’ is.

De drie belangrijkste stoïcijnen: een standbeeld van Seneca, een schets van Epictetus, en een standbeeld van Marcus Aurelius.
Van links naar rechts: Seneca, Epictetus en Marcus Aurelius

Ook in de periode na de Griekse en Romeinse tijd werden mensen beïnvloed door de stoïcijnse gedachtegang. Frederik de Grote, Montaigne, George Washington, Erasmus, Adam Smith, en John Stuart Mill werden alle geïnspireerd door het stoïcisme.

Door de eeuwen heen is het stoïcisme dan ook een toevluchtsoort geweest voor leiders, andersdenkenden, en – in het algemeen – mensen die zich in moeilijke situaties bevonden. Hierin blinkt deze praktische filosofie uit. Je kunt het stoïcisme dan ook zien als een onderdeel in de menselijke gereedschapskist. Het biedt houvast, hulp, en (waar nodig) helpt het ons het leven te verdagen. Het is dan ook geen wonder dat de stoïcijnse filosofie over de jaren heen op steeds weer oplevingen heeft gehad.

Wat zijn de belangrijkste lessen van het stoïcisme?

Alles is slechts een waarneming en een interpretatie

Misschien wel dé belangrijkste les van het stoïcisme is dat er niet zoiets bestaat als ‘goed’ of ‘slecht’. Alles in het leven is slechts een waarneming. Deze waarnemingen worden gevormd door een individu, en zullen dus ook verschillen per persoon. Iemand met een andere levensvisie, achtergrond, ideeën, of houding zal dan ook een andere interpretatie van dezelfde waarneming hebben.

De realisatie dat een waarneming gevormd wordt binnenin jezelf kan een enorme opluchting zijn. Als jij namelijk iets waarneemt en concludeert dat het slecht is, kun je met hetzelfde gemak ook bepalen dat het goed is.

Stel je voor dat je op je werk ontslagen wordt. Is dit slecht of goed? De stoïcijn zal zeggen: ‘geen van beiden’. Wat er gebeurt is neutraal, maar jouw gedachten en houding tegenover deze neutrale gebeurtenis maakt het goed of slecht. Als je ontslagen wordt kun je ervoor kiezen om dit als slecht te bestempelen. Je kunt er ook voor kiezen om dit als iets goeds te zien. Misschien biedt dit je nu de kans om toch voor jezelf te beginnen, of eindelijk die carrièreswitch te maken.

Want het denken verandert alles wat een handeling in de weg staat en wendt het aan voor zijn eigen doel, en wat een obstakel was bij een werk, wordt een hulpmiddel, en wat je verhinderde een bepaalde weg in te slaan, wordt een richtingwijzer.Marcus Aurelius

Dus: niets is uit zichzelf goed of slecht, maar het zijn onze gedachtes en interpretaties die het zo maken.

De stoïcijn zal er dan ook voor kiezen om alles als een mogelijkheid of een kans te zien. Word je ontslagen? Dat is een kans om iets anders toe zoeken. Is je huwelijk ten einde? Dat is een kans om je leven een tweede start te geven. Word je ziek? Dat is – in het uiterste geval – een kans om je filosofie en gemoedstoestand te testen en te verbeteren.

Kortom, het zijn de interpretaties van waarnemingen en gedachtes hierover dat iets goed of slecht maakt. Dus waarom zou je er niet voor kiezen om dingen van een positieve kant te bekijken? Of het als een kans te zien?

Op welke zaken heb jij invloed? En op welke niet?

Als waarnemingen en interpretaties de ene kant zijn, dan vormen acties en daden de andere. Een ander belangrijk onderdeel van het stoïcisme is dan ook het onderscheid maken tussen zaken waar je geen controle op hebt, en zaken waar je wel controle op hebt. Dit lijkt simpel, en dat is het eigenlijk ook, maar in de praktijk is het niet altijd even gemakkelijk.

Neem bijvoorbeeld het opkomen van de zon. Hebben we hier invloed op? Kunnen we op een of andere manier de zon eerder laten opkomen, of ervoor zorgen dat de zon niet op komt? Nee. Over het opkomen van de zon hebben wij geen invloed. Dus waarom zouden we er ons druk om maken?

Een praktisch voorbeeld: ervaar je frustraties in het verkeer? Mensen die je afsnijden, fietsers die niet stoppen voor zebrapaden, voetgangers met een zelfmoordneiging? Kun je deze mensen – voordat ze iets doen – stoppen of tegenhouden? Realistisch gezien niet. Dus als je een van deze bovenstaande dingen tegenkomt in het verkeer waarom zou je je er druk om maken? Je hebt er namelijk toch geen invloed op.

Er is slechts één weg naar geluk en dat is op te houden met je zorgen maken over dingen waar je geen invloed op hebt.Epictetus

Idealiter zou het onderscheiden van de zaken waar je wel controle op hebt en waar je geen controle op hebt, ervoor zorgen dat je je focust op de dingen waar je wel invloed op hebt. Dit voorkomt frustratie, en het zorgt ervoor dat je acties en je doelen geïnternaliseerd worden. Dat wil zeggen dat het behalen van deze doelen dan niet aan anderen ligt, maar enkel aan jezelf.

Volgens de stoïcijnen zijn de zaken waar we wel invloed op hebben dingen zoals onze houding, onze reacties, onze gedachten en onze standpunten. Waar we géén invloed op hebben zijn anderen, ons lichaam, onze gezondheid, en alle materiële dingen.

(Sommige stoïcijnen, zoals Epictetus, onderscheiden de gebieden van invloed niet in twee, maar in drie. 1) Zaken waar je totaal geen invloed op hebt, 2) Zaken waar je beperkt invloed op hebt – zoals het spelen van een sport, je kunt immers zelf bepalen hoe goed je je best gaat doen. 3) Zaken waar je totaal geen invloed op hebt.)

De stoïcijnen bedoelden hiermee overigens niet dat we passief moeten zijn. Het accepteren van omstandigheden waar je geen invloed op hebt is één ding. Passief en mak hierop reageren is iets anders. Als er dingen zijn waar we geen invloed op hebben dan moeten we dat we accepteren. Maar dit betekent niet dat we onze plannen niet kunnen aanpassen, dat we niet kunnen veranderen of improviseren. Als je een wandeling wil gaan maken maar het regent, dan kun je passief op de bank gaan zitten. Je kunt natuurlijk ook een paraplu en regenkleding pakken en alsnog gaan. Of je verandert je plannen, en gaat iets anders (maar dan binnen) doen. Acceptatie van omstandigheden waar je geen invloed op hebt staat niet gelijk aan passief zijn.

Het opdelen van deze gebieden van invloed is trouwens niet iets puur stoïcijns. Viktor Frankl, overlever van de Holocaust, schreef iets gelijkwaardigs. Tijdens zijn gevangenschap in een concentratiekamp kwam hij tot de ontdekking dat er één ding is wat nooit van een mens afgepakt kan worden. Dat is de beslissing hoe je op je omstandigheden reageert. Nu is ons dagelijks leven – gelukkig – geen concentratiekamp, maar toch komen we dingen tegen komen waar we boos of gefrustreerd van worden. Bedenk dan ook dat hoewel alles tegen kan zitten, niemand kan bepalen hoe jij op zaken reageert. Dat kan je namelijk alleen zelf. De keuze is dus aan jou: word je boos en gefrustreerd door wat er gebeurt, of sta je vanaf nu met een meer positieve en stoïcijnse blik in het leven?

Kortom, richt je op de zaken waar je wel direct invloed op hebt en stel je onverschillig op voor de rest.

‘Oefen’ tegenslag en ongeluk

De stoïcijnen wisten dat alles in het leven kortstondig is. Natuurlijk niet alleen het leven zelf, maar ook geluk, succes, gezondheid en alle materiële zaken zijn van korte duur. Niets in het leven is zeker en we kunnen er vanuit gaan dat we verlies, pech en ongeluk gaan meemaken.

Op tegenslagen en ongeluk kunnen we ons echter wel voorbereiden. Enerzijds doen we dit al met materiële zaken in de vorm van verzekeringen, pensioenen, en een buffer op onze spaarrekening. Dit zijn allemaal voorbereidingen die ervoor zorgen dat, wanneer we ongeluk treffen, we niet meteen hulpbehoevend en arm worden. De andere kant, de mentale en psychologische kant, krijgt echter doorgaans weinig training om om te gaan met tegenslag.

Weet dan wel dat goede mensen hetzelfde moeten doen: niet terugdeinzen voor harde en moeilijke omstandigheden en niet klagen over hun lot, als zegening tellen wat hen maar overkomt, er de positieve kant aan zien. Niet wat, maar hoe je iets draagt is belangrijk.Seneca

Voor de stoïcijnen was deze mentale en psychologische kant juist van belang. Door je voor te bereiden op alles wat fout kan gaan, ben je immers beter in staat om veerkrachtig en met standvastigheid te reageren.

Dit houdt in dat een stoïcijn elk plan zal doornemen om te kijken wat er allemaal fout kan gaan. Ga je bijvoorbeeld op reis? Dat mis je misschien je trein, raak je je koffer kwijt, of misschien wordt de piloot ziek en stort het vliegtuig neer.

Door op deze manier alle mogelijke problemen van het plan te bekijken is de stoïcijn klaar voor elke situatie. Deze zwartkijkerei betekent dus dat geen enkele tegenslag onverwachts is, en er treedt zelfs een stukje gewenning op voor de dingen die fout kunnen gaan.

De stoïcijnen noemden deze oefening de premeditatio malorum. Of: het overdenken van het slechte/kwade. Tegenwoordig wordt dit ook wel negatieve visualisatie genoemd – deze techniek is door de jaren heen steeds populairder geworden in de ‘zelfhulp’ hoeken. De techniek laat mensen inzien dat wat we vrezen vaak niet zo erg is, of dat de gevolgen minder groot zijn dan we dachten.

Sommige stoïcijnen namen dit nog een stapje verder. Bij elke omhelzing van hun vrouw of kinderen beeldden ze zich in dat ze opgebaard lagen, of dat ze gewond waren. Is dit extreem en lichtelijk ongezond? Ja, waarschijnlijk wel. Maar deze oefening hielp niet alleen om het slechte of het kwade in de wereld voor te zijn, het haalde ze ook meteen terug naar het nu. Want nu is juist het moment om van het samen zijn te genieten. Alles kan nu weggenomen worden. Geluk, blijdschap, en waardering moeten nu plaatsvinden – en niet op een moment dat het niet meer mogelijk is. Kortom, het verleden is geweest, de toekomst is nog onzeker, maar met deze techniek is de stoïcijn ingeworteld in het heden.

De voorbereiding op, en de overdenking van het slechte zorgt ervoor dat het leven in het nu meer waarde krijgt – elke dag kan immers de laatste zijn.

Het leven is kort, onthoudt: memento mori

Memento mori – gedenk te sterven – is ook een thema dat steeds terugkomt bij de stoïcijnen. De reflecties over sterven en sterfelijkheid zijn niet uniek voor de stoïcijnen. In tegenstelling juist, het is een traditie die in vrijwel alle filosofische en religieuze stromingen in de oudheid naar voren komt.

Zet dus alles overboord en houd alleen die paar dingen vast. Bedenk dat iedereen alleen leeft in het heden, dit korte ogenblik. De rest is al geleefd of is nog in het ongewisse. Kort is ieders leven; klein is het hoekje van de aarde waar hij leeft; kort is zelfs de langste roem bij het nageslachtMarcus Aurelius

Het dichtbij houden van onze sterfelijkheid is niet depressief of remmend bedoeld. Voor de stoïcijn is het nadenken over de dood een herinnering om vandaag een goed leven te leiden. Dus niet in een nader te bepalen moment in de toekomst, maar nu. We weten namelijk niet wanneer het einde voor ons komt, dus we moeten ons nu goed gedragen, en ons nu goed inspannen.

Memento mori betekent dus eigenlijk het leven ten volle benutten en van iedere dag het beste te maken. Het is dus juist niet depressief, maar inspirerend en motiverend zolang je het op de juiste manier bekijkt.

Tegelijkertijd helpt memento mori ons ook te beseffen dat het leven kortstondig en vergankelijk is. De dingen waar we nu zo hard voor werken – succes, roem, geld – zijn feitelijk voor niks. We komen met lege handen het leven in, en we zullen het leven met lege handen verlaten. Ons bezit van materiële zaken is dus slechts voor een zeer korte periode. Waarom zouden we ons daar dan druk om moeten maken?

Aan de andere kant, als alles slechts kort en vluchtig is, waar zouden we ons wel druk om moeten maken? De stoïcijnen zouden zeggen dat het enige wat belangrijk is is om nu – vandaag – een goed mens te zijn en de juiste dingen te doen. Daarbij hoort een nederige, eerlijke, en bewuste instelling. Dit is iets wat iedereen kan doen; jong of oud; rijk of arm; ziek of in goede gezondheid. Deze houding en instelling is dan ook iets dat nooit van ons afgepakt kan worden.

Het moet je niks uitmaken of je verkleumd of lekker warm je plicht doet, knikkebollend of goed uitgeslapen; of men je beschimpt of prijst; of je op sterven ligt of met iets anders bezig bent.Marcus Aurelius

Wat wordt er bedoeld met een goed mens zijn? Natuurlijk is daar geen exacte definitie van, en het zal moeilijk zijn om een beschrijving te maken waar iedereen het mee eens is. Hoewel een ‘goed mens’ moeilijk te beschrijven is, is de kern van een goed mens zijn iets wat iedereen kent, voelt, en kan naleven. De exacte definitie maakt dan ook niet; het kost meer moeite om een goed mens te beschrijven dan om er één te zijn.

Stoïcisme als moderne praktische filosofie

De bovenstaande lessen zijn waarschijnlijk de belangrijkste uit het stoïcisme. Wees je bewust van je waarnemingen, focus alleen op datgene waar je invloed op hebt, oefen tegenslag en ongeluk, en onthoud dat het leven alleen nu bestaat – houd het einde dus dichtbij om je te helpen herinneren vandaag een goed mens te zijn.

Wat het stoïcisme leert is dat filosofie in de praktijk toegepast dient te worden. Wat belangrijk is zijn niet de discussies van professoren en leraren maar het hier en nu. Hoe moeten we leven? Wat is belangrijk en wat niet? Hoe moeten we omgaan met ongeluk, verlies, en onze sterfelijkheid? Dit zijn dingen waar ieder mens mee worstelt, en hier toont het stoïcisme haar krachten.

In zekere zin is het stoïcisme erg gefocust op het donkere en het negatieve in het leven. Dood, verlies, ziekte, ongeluk, leven in tirannie, verbanning – dit waren de dingen die de stoïcijnen tegenkwamen, en waar ze zich op moesten voorbereiden. Marcus Aurelius, de keizer-filosoof, werd geforceerd om oorlog te voeren en om verraad tegen te gaan. Seneca, als adviseur van Nero, wist dat hij een tiran ondersteunde en dat elke dag zijn laatste kon zijn. Epictetus leefde als slaaf een onzeker en gevaarlijk bestaan – hij was niet alleen makkelijk vervangbaar door tig anderen, maar kon ook slecht behandeld, of zelf mishandeld worden, zonder gevolgen.

Kortom, de stoïcijnen oefenden een praktische filosofie die gebaseerd was op wat ze nodig hadden. Troost bij verlies, kracht en zelfvertrouwen bij het leven als een ‘goed’ mens, en onverschilligheid bij het incasseren van de gevolgen. Ze leefden volgens de principes van amor fati, het liefhebben van het lot, ongeacht wat er gebeurt.

Dus ja, het stoïcisme focust op de donkere kanten van het leven. Maar dit zijn ook de kanten waar ieder mens in zijn of haar leven aan blootgesteld wordt. Kanten die normaal gesproken moeilijk zijn om door te komen, en waar we niet op voorbereid zijn. Het stoïcisme is dan ook een filosofie die gemaakt is voor de moeilijke momenten en tijden in het leven. Dit is de kracht van het stoïcisme en tevens de reden dat het over de afgelopen paar duizend(!) jaar steeds weer opwekkingen heeft gehad daar waar mensen zich in moeilijkheden bevonden.

Het stoïcisme is geen geloof of een overtuiging; het vereist weinig uitleg of instructie; het heeft geen leraren of professoren nodig. Het heeft ook geen vaste doctrine of verplichte leer, het is een ‘buffet’ waarin iedereen de lessen of hulp kan pakken die hij of zij nodig heeft. De essentie van het stoïcisme is dan ook simpel: het leert ons om innerlijke kracht en standvastigheid te tonen en om de rest van de zaken met onverschilligheid te benaderen.

In moeilijke tijden bieden de stoïcijnen ondersteuning, verlichting, en een weg naar buiten. Deze weg naar buiten loopt, ironisch gezien, altijd naar binnen. In ieder persoon is kracht, standvastigheid, en overtuiging te vinden, maar soms moet deze weg getoond worden door inspiratie en lessen van anderen. Dit is wat het stoïcisme tweeduizend jaar geleden bood, wat het nu biedt, en wat het over tweeduizend jaar nog steeds zal bieden.


Reacties (1)
  1. Annette Dietz schreef:

    Het opent nieuwe denkwijze

Geef een Reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met (*)